HOME

regenten

en vorsten

1600-1700

De gouden eeuw introductie

Het ontstaan van een
zelfstandig Voorschoten

Ambachtsheerlijkheid

Ambachts- en Baljuwhuis

De Trekvaart

 

 

In de 17e eeuw maakte de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden een grote bloei door. Omdat er geen oorlog was, konden scheepvaart en handel veilig plaatsvinden. Ook de kunsten en de wetenschappen namen een grote vlucht. Voorschoten pikte een graantje mee van deze algehele welvaart, getuige de sterke toename van het aantal inwoners.

 

Na het Leidens Ontzet in 1574 waren veel huizen, boerderijen, de kerk en de toren platgebrand, de gewassen vernield en het vee gedood. Pas rond 1580 was het rustig en veilig genoeg om met de wederopbouw in en rondom de dorpskern te beginnen. De landerijen waren er slecht aan toe., omdat grote delen tijdens de belegering van Leiden  onder water waren gezet met onder meer zeewater. Pas vanaf het begin van de 17e eeuw was het land weer geschikt voor landbouw.  De rijke burgers in de steden investeerden hun geld in deze landerijen, bouwden er buitenhuizen en lieten er siertuinen aanleggen.

  • Lees verder

     

    Voor de ontwikkeling van het bestuur van Voorschoten speelde het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) een belangrijke rol. In 1615 verkreeg Johan van Wassenaar van Duivenvoorde de lage en hoge Ambachtsheerlijkheden Voorschoten en de ambachtsheer kreeg daardoor alle bestuurlijke en juridische bevoegdheden. Omdat hij ook in het dorp zelf woonde kon hij toezien op het naleven van de heerlijke rechten (en plichten) van de bewoners. Bij zijn nieuwe positie hoorde een eigen Ambachtshuis, dat  in 1635 werd gebouwd.

     

    De toenemende welvaart zorgde voor een grotere stroom van personen en goederen. Transport vond voornamelijk over water plaats, omdat de wegen slecht waren. De doorgaande weg, wat nu de Leidseweg en de Veurseweg is, was tot 1820 een zandweg verhard met puin. Via de Vliet werden veel goederen aangevoerd en bij de korenmolen op de hoek Molenlaan/Vliet op schuiten geladen die via de Kerksloot naar het centrum van Voorschoten voeren.

     

    In 1638 werd de Trekvaart aangelegd met langs de Vliet een jaagpad, waar paarden de vrachtschuiten voorttrokken. Door deze nieuwe snelle verbinding kon je in drie uur tijd van Delft naar Leiden. De korenmolen diende ook als opstapplaats voor passagiers die naar Leiden, Den Haag of Delft wilden reizen.

     

De Gouden Eeuw

Canon van Voorschoten