HOME

wereldoorlogen

1900 - 1950

<

Personen

Canon van Voorschoten

Burgemeester E. (Edwin) Vernède (1864-1939) was burgemeester van Voorschoten van 1895-1936. In dat laatste jaar nam hij, inmiddels 71 jaar, afscheid als burgemeester. Ter herinnering aan deze ongebruikelijk lange ambtsperiode van veertig jaar werd een gedenkzuil geplaatst in de vijver naast het toen nieuwe gemeentehuis (1926).

  • Lees verder

    Vernède stond aan de wieg van alle vernieuwingen die zich in de loop van de 20e eeuw in Voorschoten voltrokken. Hij nam het initiatief tot de planning en bouw van een complex sociale woningen langs de Leidseweg, het naar hem vernoemde Vernèdepark (1916).

  • Lees verder

    Hij was tevens kunstenaar en ontwerper en trad bovendien op als beschermheer  van kunstenaars als Christa Ehrlich, Toon Dupuis en Emmy Roth. Begeer woonde vanaf 1937 op de buitenplaats Berbice.Hij was de vader van Rudolphine (“mejuffrouw”) Begeer.

C.J.A. (Carel) Begeer (1883-1956) was de zoon van de Utrechtenaar Antonie Begeer, directeur van de Koninklijke Utrechtse Fabriek van Zilverwerken. Carel volgde zijn vader na diens overlijden op in 1910. Na de fusie met Van Kempen en de Vos leidde hij vanaf 1919 tot 1948 dit bedrijf, N.V. Koninklijke Nederlandsche Edelmetaal Bedrijven (K.N.E.B.).

W.A.A.J. (Willy) Baron Schimmelpenninck van der Oye - “De baron”  (1889-1957), geboren in Rome, zat in zijn jeugd op het Instituut Noorthey in Voorschoten. In 1912 erfde hij van zijn oudoom het kasteel Duivenvoorde en werd in 1913 op het Ambachtshuis in de Voorstraat ingehuldigd als ambachtsheer van Voorschoten.

  • Lees verder

    In 1916 ging hij met zijn zuster Ludolphine op Duivenvoorde wonen. Naast zijn “beroep” als jagermeester van de koningin in Zuid-Holland en kamerheer van Koningin Wilhelmina en Juliana, was hij van 1915 tot 1939 lid van de Gemeenteraad van Voorschoten. Ook was hij hier examinator voor het rijbewijs. De baron was een geziene figuur in het dorp.

Martinus Adrianus (Martien sr.) van der Valk (1895-1969)

Nicolaas van der Valk kocht in 1862 boerderij De Gouden Leeuw, waarin zich een lokaal bevond voor melkverkoop. Bij de boerderij werd een café gevestigd. In 1902 overleed Nicolaas, waarna zijn vrouw en haar zus het café verder dreven. Zoon Martien sr. begon er in 1920 een eigen slagerij en in 1929 nam hij het café van zijn moeder over.

  • Lees verder

    Bij een verbreding van de Veurseweg in 1939 moest de boerderij wijken. Verderop werd naar het ontwerp van M. Laurentius een nieuw hotel-café-restaurant gebouwd. Na de Tweede Wereldoorlog vatten Martien sr. en zijn vrouw Riet het plan op om elk van hun kinderen een eigen bedrijf te geven, de basisgedachte onder het huidige Van der Valk horecaconcern..

     

    Martinus van der Valk. Kaft tijdschrift Succes. Maandblad voor de zakenman (februari 1964)

M. (Martinus) van der Stoel (1897-1985) was gedurende vele jaren de enige huisarts in Voorschoten. Hij was zeer gezien bij de bevolking. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam hij een joods kind, Micha Wertheim, in huis en verleende hulp aan onderduikers en neergeschoten geallieerde vliegers.

  • Lees verder

    Samen met zijn vrouw, Henriëtte van der Stoel-de Roos (1901-1990) werd hij in 1975 onderscheiden met een Yad Vashem. In 1954 nam hij het initiatief tot samenvoeging van de drie verzuilde kruisverenigingen tot de Stichting Gezondheidszorg Voorschoten. Er worden drie gezondheidscentra gebouwd, een aan de Prof. v.d. Waalslaan, een in Noord-Hofland en een op de hoek Wijngaardenlaan/Koningin Julianalaan. Het laatste draagt ook zijn naam.. Hij was ereburger van Voorschoten. Hij was de vader van Max van der Stoel (1924-2011), de latere minister van Buitenlandse Zaken.

M.F. (Rien) Berkhout (1901-1944) volgde in 1936 Vernède op als burgemeester. Hij nam het initiatief tot de aanleg van een groot park achter het raadhuis, dat in 1937 in gebruik werd genomen als het Wilhelminapark en dat na zijn overlijden zijn naam kreeg.

  • Lees verder

    Berkhout bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog aan en voorkwam zo dat Voorschoten een NSB´er als burgemeester kreeg. Dat betekende wel dat hij concessies moest doen aan de Duitse bezetter. In 1944 kwam hij om het leven op een spoorwegovergang, waar zijn dienstauto door een trein werd aangereden. In 2011 ontstond naar aanleiding van de verschijning van het boek “Achter verduisterde ramen” discussie over de vraag of Berkhout niet al te actief met de bezetter had samengewerkt. Uit een studie door een onderzoeker van het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) in opdracht van de gemeenteraad bleek dat Berkhout niet had gecollaboreerd.

M. (Maarten) Laurentius (1908-1980) was een uit Rotterdam afkomstige architect, die zich in 1935 in Voorschoten vestigde en tijdens de periode van de Wederopbouw een belangrijk stempel drukte op de architectuur en stedenbouw van diverse uitbreidingswijken. Zijn naam vestigde hij in 1939 met de herbouw van café-restaurant De Gouden Leeuw.

  • Lees verder

    Opgetrokken in een landelijke stijl met schoon metselwerk, laat het zijn voorkeur zien voor de inheemse, ambachtelijke bouwtradities van de Delftse School. Behalve geschakelde villa’s en middenstandwoningen, ontwierp Laurentius diverse sociale woningbouwprojecten, zoals in de Nieuw Voordorpstraat (1940), de Nassau- of KLM-wijk(1950-1952), Klein Langenhorst (1948-1954).

    Laurentius kreeg landelijke bekendheid door de bouw van scholen volgens het door hem ontwikkelde Panagro-bouwsysteem. In de jaren ´50 werden in Nederland 115 scholen gebouwd met in Finland vooraf vervaardigde bouwelementen. Daardoor werden deze scholen ook wel Finse scholen genoemd. Ook in Voorschoten werd aan de Elstlaan zo´n school gebouwd (1949, inmiddels afgebroken).

     

Rudolpha J.M. (“mejuffrouw”) Begeer (1914-2009) was de oudste dochter van Carel Begeer . Ter voorbereiding op een functie in de zilverfabriek volgde zij cursussen delfstofkunde en edelsteenkunde. Na een universitaire studie kunstgeschiedenis in Parijs en Brussel hield ze zich bezig met handel in oude kunst. In 1966 keerde zij terug in Voorschoten.

  • Lees verder

    Ze ging op Berbice  wonen en ontwikkelde een grote liefde voor Berbice en Voorschoten. In 1971 werd op haar initiatief de Stichting tot Behoud van Oud, Groen en Leefbaar Voorschoten opgericht. Mejuffrouw Begeer, zoals zij zich nadrukkelijk liet noemen, werd een strijdbaar voorvechtster voor het behoud van haar buitenplaats en

    Lees verder

    streed tegen de aanleg van Rijksweg 11-West (Rijnlandroute) over haar terrein. Zij overleed in 2009 en werd in de rozentuin van Berbice begraven. Zowel de aanleg van de rozentuin (1968) als haar wens in het tracé van de Rijnlandroute  begraven te worden, waren daden van verzet. .

     

    Bron: Michel van den Boer: Mejuffrouw Begeer, in: Begeerlijk Berbice, 2014, blz. 205-213.

     

    Foto (Scheffer & Fischer 2014, p. 204).