HOME

ontdekkers en hervormers

1500 - 1600

De opstand tegen Spanje

De dorpskerk na de reformatie

Voorschoten en het beleg en ontzet van Leiden

Boerderijen vanaf 1500

Introductie

 

 

Voor Voorschoten betekende de Reformatie, ook wel Hervorming genoemd, dat de katholieke eredienst rond 1574 plaats maakte voor de protestantse kerkdienst. De katholieken, tot in de 19de eeuw nog de grootste geloofsgroep, kerkten vanaf dat moment buiten het dorp, in een schuurkerk achter de huidige Laurentiuskerk. Dit moest zo omdat het opdragen van de mis verboden was. De dorpskerk was aanvankelijk sowieso onbruikbaar, omdat deze door Leidse geuzen in oktober 1573 zwaar beschadigd was. In 1583 werd wel het voorste deel van de oude katholieke kerk hersteld, zodat de predikant van het nieuwe geloof een kleine groep hervormden toespreken. Pas toen in 1595 de toren was herbouwd stond er weer echt een dorpskerk.

 

In de 17de en 18de eeuw bood de dorpskerk plaats aan zo’n 400 gereformeerden. Hiervan was ongeveer 10 procent lidmaat: zij behoorden tot degenen die deelnamen aan het avondmaal. De rest was “liefhebber” en ging als toehoorder naar de preek. Er bestond in die periode geen scherpe scheiding tussen hervormd en katholiek: de dorpskerk was voor allen de plaats voor doop en huwelijk en op het kerkhof lagen hervormden en katholieken zij aan zij.

  • Lees verder

     

    • Loterij

      In 1702 verbrandde door blikseminslag de houten constructie van de torenspits. Deze werd vervangen door een kopie van de naaldspits van 1595 met de vier obelisken op “het vierkant” van de toren. Deze nieuwe spits werd betaald uit “liberale giften” van o.a. de ambachtsheer Jacob van Wassenaer van Duivenvoorde en Pieter de La Court van Allemansgeest, Ook een kerkloterij bracht geld in het laatje. De Staten van Holland gaven in 1703 de Hervormde gemeente van Voorschoten hiervoor toestemming, want commerciële loterijen waren verboden. Omdat in heel Holland vanaf de kansel werd opgeroepen tot ‘mildicheydt” werd het een nationale hulpactie die ruim elfduizend gulden opbracht

    • De toren ontkoppeld

      In 1798, toen in het kader van de gelijkheid de kerkelijke goederen werden verdeeld over de hervormden en katholieken, werd de toren eigendom van de gemeente Voorschoten. De reden was dat van oudsher de kerktoren een openbare functie had, los van de kerkdiensten. Bij brand en belangrijke evenementen werd de klok geluid en het torenuurwerk gaf de lokale tijd aan. De veranderde status van de toren bleek toen in 1809 hier, na verkoop van het Ambachtshuis, een hok voor gevangenen werd ingericht.

    • De dorpskerk nu

      Sinds 1850 was het inwonertal van Voorschoten toegenomen van 1600 naar 2100 en met de komst van de Zilverfabriek in 1858 groeide bovendien het protestants volksdeel. Daarom werd besloten het bouwvallige en te klein geworden schip van de kerk af te breken. De prijsvraag die in 1867 werd uitgeschreven voor de herbouw werd gewonnen door de jonge Duitse architect Adolphus Druiding (1838-1900). Belangrijke geldschieters waren juffrouw Kuys van de buitenplaats Rhijn en Burg en ambachtsheer Jonkheer Steengracht, samen goed voor driekwart van de begroting. Tijdens de bouw werd gekerkt in de tegenover gelegen lagere school. Het nieuwe gebouw in neogotische stijl voldeed uitstekend, hoewel in de beginjaren nogal eens pinakels op de hoeken van het schip afwaaiden.

       

      Het aanzicht van de huidige kerk is samengesteld: een schip uit 1868 en een toren van eind 16de eeuw. Inpandig is de kerk in 2000 ingrijpend gemoderniseerd. In 2020 volgde een nieuwe renovatie, waarbij de uitbouw uit 1962-1963 vervangen werd door een grotere nieuwbouw

    • Bronnen

      W. v.d. Eijkel (e.a.), Duizend jaar Dorpskerk Voorschoten; geschiedenis van een kerk, toren, kerkhof, orgel, pastorie en schoolhuis, Leiden 2020.

De dorpskerk na de reformatie

Canon van Voorschoten